In een oude school in de Amsterdamse Transvaalbuurt zit de mini-ijsjesfabriek van Melt Icepops. Ontwerpster Leonie Smelt en productontwikkelaar Eva Rennen werken daar samen aan bijzondere waterijsjes. In de zomer van 2012 waren beiden op zoek naar een zomerbaan, toen ze het idee opvatten met waterijs aan de slag te gaan. “Het bekende raketje van Ola bestond vijftig jaar. Het verbaasde ons dat er in die vijftig jaar maar zo weinig nieuws was gekomen op het gebied van waterijsjes”, vertelt Eva. “Die markt zit helemaal vast. Wij wilden waterijsjes met een eigen, vernieuwde vorm.”

Rennen en Smelt gingen op zoek naar producenten die zulke waterijsjes met een afwijkende vorm in een kleine oplage konden produceren. En die bleken er simpelweg niet te zijn. Dus besloten ze zelf aan de slag te gaan. De creatieve vrouwen gebruiken 3D-modelleersoftware om een zogenoemde matrijs vorm te geven. Vervolgens printen ze deze designvorm uit met een 3D-printer. Deze matrijzen worden via een ingenieuze, zelfgemaakte constructie van een elektrische barbecue en stofzuiger tot een plastic mal gevormd. In de mini-ijsfabriek worden de verschillende siropen en het benodigde water handmatig gemengd en in de designmal gegoten. De eigenzinnige waterijsjes worden daarna stuk voor stuk met de hand ingepakt en in de koeling gelegd. “Wij hebben het waterijsje eigenlijk gewoon opnieuw uitgevonden”, vertelt Rennen lachend.

Een mooi verhaal, maar die innovatieve ideeën werden niet zonder slag of stoot werkelijkheid. Bij het opzetten van Melt Icepops liepen Rennen en Smelt direct tegen een hoop technische obstakels aan. “Zo hebben we meteen al veel moeten leren over het maken van mallen, het beheersen van machines, de verschillen in ijstextuur en hygiëneregels bij het bereiden van etenswaar.” Tel daarbij op dat veel incubators en bedrijfsbegeleiders vooral geïnteresseerd zijn in technische start-ups en niet in foodstartups. “Shell heeft bijvoorbeeld een incubatorprogramma voor start-ups. In de foodsector is iets dergelijks niet bekend”, aldus Rennen.

“De foodindustrie zit vast. Veel bestaande bedrijven zien dit soort nieuwe ontwikkelingen gewoon niet voor zich. Geld is eigenlijk niet eens ons eerste probleem. Wél het verkrijgen van kennis. Onze belangrijkste volgende stap is kennis over het productie- en verpakkingsproces zodat we eindelijk de productie kunnen gaan opschalen. Zolang we niet beter weten wat de mogelijkheden zijn van opschaling, welke kosten en inspanningen daarbij komen kijken, is het voor ons ook heel lastig om investeerders te vinden “, geeft Rennen aan.

Leonie Smelt & Eva Rennen - Melt IcepopsSmelt vult aan dat je tegenwoordig duidelijk de trend ziet van de behoefte van mensen aan iets bijzonders, aan eigenheid en niet aan nog meer massaproductie. “Onze ijsjes passen heel goed in die beleving. ” De foodsector zelf staat echter behoorlijk stil. De vrouwen van Melt Icepops zitten vol met innovatieve ideeën die ze heel graag verder zouden ontwikkelen. “Het waterijsje heeft toch een heel ouderwets imago: ze zijn goedkoop, ze zijn bedoeld voor kinderen en je koopt ze in de snackbar. Wij willen daar graag verandering in brengen. Zo kun je niet alleen denken aan eigenzinnige vormen of waterijsjes zonder stokje, maar ook aan opvallende smaken”, zegt Rennen.

Aan goede ideeën geen gebrek bij deze vernieuwende creatievelingen in de foodsector. Het blijkt echter niet eenvoudig deze innovatie naar een hoger plan te tillen. Hun ervaring is dat de foodbranche erg gesloten is. Het delen van kennis en praktijkervaringen, een verbeterde samenwerking in de keten lijken moeilijk van de grond te komen. Hoe kunnen regionale foodnetwerken en kennisinstellingen deze dergelijke innovatieve initiatieven ondersteunen en versterken? Op welke manier kunnen kennisuitwisseling en samenwerking in de keten worden verbeterd en gestimuleerd?

[Dit artikel verscheen eerder op het groene plein]